Verkiezingsprogramma DE BURGER CENTRAAL 2018-2022

Onze politieke visie is opgenomen in ons verkiezingsprogramma "DE BURGER CENTRAAL" en dient als uitgangspunt voor ons handelen in de gemeente.

Wilt u een papieren verkiezingsboekje ? Dat kan, mail dan naar BBB-Palmen en vul uw adres in. Wij zorgen dan voor een papieren exemplaar.

LEESWIJZER

Het verkiezingsprogramma is een uitgebreid programma. Wij kunnen ons voorstellen dat u geen  tijd over heeft of de concentratie niet kunt opbrengen om het helemaal te lezen. Dat hoeft ook niet. De praktisch georiënteerde lezer die geïnteresseerd is in  bepaalde onderdelen van het programma kan te rade gaan bij de afzonderlijke hoofdstukken aan de rechterkant. Een klik is voldoende om een bepaald hoofstuk te selecteren.

De hoofdstukken zijn zo geschreven dat ze afzonderlijk gelezen en begrepen kunnen worden zonder dat u de andere delen heeft doorgenomen.Welke leesroute u ook neemt; wij hopen dat u geïnspireerd wordt door dit programma en onze kandidatenlijst. Wij wensen u mooie verkiezingen toe en roepen u in ieder geval op, om te stemmen.      

Programmacommissie BBB-Palmen.                                                                                  


INLEIDING

Op woensdag 21 maart 2018 zijn er verkiezingen voor de Brunssumse gemeenteraad. Verkiezingen waarbij we weer zo sterk mogelijk uit de bus willen komen om het verschil te kunnen maken; het verschil voor onze inwoners. In dit programma staan thema’s waar BBB-Palmen Lijst 1 (BBB-Palmen) zich de komende jaren hard voor gaat en blijft maken waaronder de veranderingen in de zorg, welzijn, ontwikkelingen op het gebied van economie en ruimte en de gemeentefinanciën. De overheid is er niet meer voor de burger maar de burger is, zo wordt dat ervaren, er voor de overheid die niet meer echt benaderbaar is. De overheid moet de burger dienen en niet andersom.
DE BURGER CENTRAAL is daarom de naam van ons verkiezingsprogramma. BBB-Palmen wil zoals in de vorige bestuursperiode werken aan een veilige, sociale lokale gemeenschap waarbij realistische bestuurskeuzes worden gemaakt met serieuze aandacht voor de burger. Daarbij kijken we wederom met een realistisch oog naar ontwikkelingen in de wereld die invloed hebben op onze lokale gemeenschap.


HERINDELING
Bijna was onze gemeente een wijk van Heerlen-Landgraaf geworden.
De burgers hebben hierover niets te zeggen gehad.
In geen enkel verkiezingsprogramma van een Brunssumse politieke partij heeft u kunnen lezen dat herindeling zou worden onderzocht of nagestreefd.
De lokale politieke partijen, hun vertegenwoordigers en bezorgde burgers hebben op het nippertje (en nog is het niet helemaal zeker) de vinger opgestoken en gezegd dat herindeling niet op voorhand de oplossing is voor de vraagstukken waarvoor lokale bestuurders zich geplaatst zien.
Een garantie voor goede bestuurders geeft een herindeling ook niet. Dat is voorhouden aan de politieke groeperingen om daarvoor te zorgen.
De landelijke partijen VVD-CDA-PVDA en SP willen schaalvergroting en zien in herindeling van de gemeente grote voordelen.
Dat is nogal wat. Waarom?
Onderzoeken naar de effecten van al eerder doorgevoerde herindelingen wijzen uit dat in géén van de gevallen, de tevoren ingeboekte voordelen in geld en kwaliteit van dienstverlening zijn gerealiseerd.
Ook nu wordt er weer geschermd met nota’s en experts die een goede boterham verdienen met de advisering en allemaal vooruitgang zien in herindeling van gemeenten.
Veel verder dan het argument dat gemeenten onderaan bungelen op allerlei lijstjes komt men niet. Een overtuigend verhaal dat het na een herindeling beter wordt voor de burgers, is niet voorhanden. Algemeenheden als “meer bestuurskracht; meer geld; op de kaart zetten” zijn op te tekenen. Wij hoeven niet ver te kijken naar de voorbeelden in onze omgeving. Sittard-Geleen-Born kampt jaren na de fusie nog steeds met aanzienlijke problemen en Geleen ken je niet meer terug. In Born is nu een groep burgers actief die Born weer zelfstandig wil maken. Landgraaf- zelf een fusiegemeente- zou nu niet in staat zijn zelfstandig te functioneren? Ook daar zijn het vooral de lokale partijen die de door de Gedeputeerde Staten van Limburg opgelegde fusie met Heerlen, niet zien zitten.
De aanjagers van de herindelingsgedachte zijn vooral terug te vinden bij de landelijke politieke partijen. Kennelijk wil men - dat wordt natuurlijk niet hardop gezegd maar dat is wel het te verwachten effect - de lokale democratie ontdoen van lokale partijen die nu een grote invloed hebben op het bestuur van dorp of stad. Immers schaalvergroting betekent per definitie dat de nu per gemeente opererende lokale partijen geen achterban hebben in de nieuw te vormen herindelingsgemeente.
De Raad van State heeft een negatief advies over de werkwijze van de Provincie Limburg in het herindelingsdossier uitgebracht aan de minister van Binnenlandse Zaken en die heeft het herindelingsbesluit van Gedeputeerde Staten niet overgenomen. Daarmede is echter de kous niet af. Waakzaamheid blijft geboden!
De partijen die herindeling nastreven zullen een andere koers kiezen en al dan niet in groter verband alsnog een herindeling voor elkaar willen krijgen.
Voor BBB-Palmen is herindeling niet aan de orde en wel om het navolgende.
Burgers moeten zich kunnen uitspreken over wel of geen onderzoek naar herindeling. Dat kan via de reguliere 4-jaarlijkse verkiezing of, en dat heeft onze voorkeur, via een referendum omdat dan echt duidelijk is dat een keuze echt alleen betrekking heeft op een mogelijke herindeling.
Voor BBB-Palmen telt een uitspraak van de burgers zwaar.
Voordat burgers wordt gevraagd zich uit te spreken moet duidelijk zijn dat herindeling een oplossing is voor erkende en bestaande problemen of het vergroten van gewenste ontwikkelingen. Dat vergt gedegen onderzoek o.a. naar -kostbare miskleunen (o.a. Licom; Parkstad; IBA, Limburg Economic Development; samenwerking Brunssum-Landgraaf; Nature Wonder World) en de lessen die daaruit te trekken zijn  met betrekking tot het functioneren van bestuurders. Dit betekent dat onderzoek naar gevoelde en ervaren problematiek die alleen of beter kan worden opgelost in een groter organisatorisch verband (en niet via samenwerkingsverbanden) vooraf moet gaan aan het raadplegen van de burger. Zo alleen is concreet duidelijk waarvoor wordt gekozen en kan achteraf worden beoordeeld of de gemaakte keuze heeft geleid tot aanpak en oplossen van de aan de burger voorgelegde vraagstukken.
De provinciale politiek heeft zo zijn eigen dynamiek. Dat bleek toen het herindelingsvoorstel voor Landgraaf-Heerlen werd besproken in Provinciale Staten.
Van het CDA dat kennelijk kampt met interne machtsproblemen zou en moest Brunssum worden toegevoegd aan het herindelingsvoorstel Heerlen-Landgraaf. Dat kon niet meer omdat de voorbereiding van dat herindelingsbesluit daar niet over ging. Een amendement moest uitkomst bieden. De redenering daarvoor moest nog worden gevonden. Een aspirant lid kwam met de oplossing. Er was immers in de voorbereiding met inspraak van de burgers opgemerkt dat het wellicht een goed idee was om Brunssum bij de herindeling te betrekken. Goed idee. Er wordt zo naar de burgers geluisterd!
Wie echter ooit heeft deelgenomen aan inspraak –de burgers van Brunssum is dit zelfs ontzegd door de provinciale bestuurders in het herindelingsdossier- weet dat een dergelijk inspraakrondje niets anders is dan een vrolijk dansje voor de bühne en dat ambtenaren ernaar uitzien om met kromspraak de door burgers naar voren gebrachte argumenten tegen te spreken. Dat wordt dan zo besloten door de bestuurders. Zoals hiervoor al aangegeven heeft de minister – voorlopig- het herindelingsvoorstel afgeschoten.
Het zal duidelijk zijn dat de thans aangevoerde argumenten voor herindeling of een onderzoek daarna, voor BBB-Palmen geen aanleiding vormen om nu na te denken over herindeling. Dit betekent overigens niet dat in Brunssum alles goed gaat.
Wij zijn niet tegen samenwerking daaraan dienen wel eisen te worden gesteld zodat de doelen helder zijn en de weg waarlangs die worden bereikt en tegen welke kosten, worden vastgelegd. Ook dient er altijd een mogelijkheid te worden voorzien dat samenwerking wordt beëindigd indien hetgeen aanleiding was voor de samenwerking niet wordt bereikt of de kosten uit de hand lopen.
Het is alweer een tijd geleden dat Parkstad werd opgericht. Wij zijn daar kritisch over geweest. Parkstad is (gedeeltelijk) opgeheven. De vervanger is IBA (Internationale Bau Ausstellung). Vaag is wat IBA kan opleveren. Wat wij wel weten is dat daar bevoegdheden, taken en budgetten aan worden overgeheveld opdat projecten kunnen worden gerealiseerd. De gemeenteraden hebben hiertoe besloten. Hierdoor wordt de lokale democratie op afstand gezet op een wijze die maakt dat belastinggeld dat door de burgers wordt opgebracht, kan worden besteed door ambtsdragers die geen democratische legitimatie hebben. Een ontwikkeling die gevaren en het risico op belangenbehartiging in zijn DNA heeft zitten. Het bijzondere aan IBA is dat de structuur waarin deze vorm is gegeven, voorziet in een vermenging van publieke en private rechtspersonen. Een gemeenschappelijke regeling met een besloten vennootschap en commissarissen. Een gelijksoortige structuur is ook gebruikt bij de Floriade in Venlo. Wat dat heeft gebracht en hoe dat werkt hebt u via de media kunnen vernemen. Dat geldt ook voor de geleden verliezen. Zo’n 5 miljoen bovenop de miljoenen aan verstrekte subsidie.


HET DEMOCRATISCH TEKORT
Dat de burgers zich niet meer vertegenwoordigd voelen door de landelijke politieke partijen is een gedachte die maar moeilijk post vat. Mogelijk maakt de uitslag van de verkiezingen in maart 2018 dat wel duidelijk.
Dat burgers in toenemende mate geen interesse hebben in de politiek boeit de landelijke partijen niet. Hier zit echter een groot democratisch probleem. Veel te weinig burgers voelen ervoor om zich in te zetten voor het plaatselijk bestuur dat onder meer hierdoor kampt met een kwaliteitsgebrek.
Ook de opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen is te laag. Ruim de helft van de stemgerechtigden gaat ook werkelijk stemmen.
Dat moet en kan beter omdat de met zo’n laag opkomstpercentage gekozenen veel minder dan gewenst gelegitimeerd zijn.
Het bestuur van gemeenten, provincies en het land kan niet worden overgelaten aan clubs die een gladde campagne kunnen financieren om vervolgens als gekozenen verstrikt te raken in allerlei integriteitsschandalen.
Men blijkt ook nog in staat te zijn de regels die horen bij een democratie en democratische controle uit te hollen door van alles en nog wat als geheim te bestempelen. Ook informatie wordt niet verstrekt die nodig is voor de werking van het democratische controleproces.
Er zijn zelfs (niet gelukte) pogingen gedaan om de gekozen volksvertegenwoordigers die zich de problemen van burgers wel aantrekken en de ombudsfunctie die eigen is aan het raadslidmaatschap uitoefenen, in een kwaad daglicht te stellen.
Een van de hoeders van de democratie te weten de vrije pers die daarvoor in een uitzonderingspositie is geplaatst doordat geen bronnen waarop men zich beroept behoeven te worden prijsgegeven, vervult die taak niet naar behoren en is verworden tot onderdeel van de brenger van goed nieuws dat door de te controleren bestuurders wordt aangeboden. De lokale pers is verworden tot spreekbuis van de bestuurders; afwijkende meningen worden stelselmatig onderbelicht of op een denigrerende toon vermeld.
Rechten van minderheden dienen in een democratie te zijn gewaarborgd; anders is er geen sprake van een goed functionerend democratisch systeem.
De burgers van een gemeente hebben recht op lokale afgevaardigden die niet hun orenlaten hangen naar wat de landelijke opererende partijen voor goed houden.
Het belang van de burgers van Brunssum is het best gediend met vertegenwoordigers die de lokale omstandigheden en problemen kennen en focussen op oplossingen daarvoor. Dat kunnen ook vertegenwoordigers van landelijk opererende partijen zijn maar de ervaring leert dat dit maar weinig wordt gepraktiseerd.
Het moet dan gaan over zaken waar de gemeente ook iets over te vertellen heeft of uitvoering aan moet geven.
De focus moet niet zijn gericht op een politieke carrière buiten de lokale gemeenschap iets wat jammer genoeg in onze gemeente te veel voorkomt.
De gretigheid waarmee de decentralisatie van centrale taken (en de daarbij behorende bezuinigingen) door gemeenten zijn omarmd, is een voorbeeld van een tomeloze ambitie waarmee de capaciteiten van de meeste -en ook onze bestuurders, geen gelijke tred houden. De burger die behoefte heeft aan die voorzieningen is het kind van de rekening. Voor ons is uitgangspunt dat moet worden gefocust op de lokale behoeften en problemen van de burgers. Altijd moet antwoord worden gegeven op de vraag of de gemeente wel ergens over gaat en bevoegd is te handelen.
Bij de taken die de gemeente moet uitvoeren dient het belang van de burgers voorop te staan. Daar waar (mogelijk) ruimte zit om de voorzieningen voor de burgers beter of beter bereikbaar te maken of te houden, moet die beleidsruimte worden benut.
De inzet moet zijn om problemen te voorkomen door (uitvoerings)regelingen zo op te zetten en uit te voeren (beperking van bureaucratie) dat er echt sprake is van dienstbetoon (en niet dienstklopperij) aan de burgers die dat nodig hebben en zijn aangewezen op de gemeente Het is onze ervaring dat burgers die gebruik moeten maken van diensten van de gemeente en niet krijgen wat is verwacht, zich niet gehoord of serieus genomen voelen. De geldende inspraakregelingen schieten hun doel voorbij. Burgers die
daaraan deelnemen, als ze al de daarvoor geldende hordes met succes hebben genomen, weten zich in een hoek gezet als ze de overwegingen lezen waarom met hun inbreng niets is gebeurd. Dat moet en kan anders.
Het is denken de moeite waard om burgers (daar zit veel onbenutte kennis en expertise) meer bij beleidsvormende processen te betrekken.
Dat kan door géén kant- en klare plannen – veelal tegen hoge kosten gemaakt door externen-voor veranderingen te maken zoals nu het geval is. Burgers kunnen dan daarop hun mening geven en dat werkt niet zo is de ervaring.
Wij zijn ervoor om eerst de problemen of wensen in kaart te brengen.
Zo’n (probleem)analyse (zonder oplossing) moet voorwerp van overleg worden tussen burgers of buurten die het aan gaat. Actieve benadering van burgers en bedrijven om mee te denken hoort hierbij. De gemeente – externe deskundigen zo min mogelijk inschakelen- kan het immers niet goed hebben gezien. Gestreefd wordt naar overeenstemming over de vastgestelde problemen.
Daarna is het aan de betrokkenen (niet aan de gemeente) om de oplossingsrichting of oplossingen aan te geven. Met die resultaten kan de gemeente aan de slag om een oplossing te vinden die zoveelmogelijk recht doet aan alle in het geding zijnde belangen en het belang van Brunssum of, indien aan de orde, de regio. Dit betekent niet dat ieder individueel belang wordt gehonoreerd maar wél wordt meegewogen bij de toets aan het algemeen belang dat exclusief het domein van de gemeente is.
Het effect kan zijn dat de betrokkenheid van de gemeenschap bij het welzijn van allen die daar deel van uit maken groter wordt. De gemeente geeft op deze wijze invulling aan de eigen taak namelijk het algemeen belang.


DE BURGER CENTRAAL de burger op één
In vele beleidsverhalen wordt opgetekend dat de burger centraal staat.
In de praktijk blijkt dit een loze kreet waarbij het veelal omgekeerd is. De burger en ondernemer moeten zich voegen naar de overheid en als dat niet gebeurt op de gepaste wijze dan staat de overheid met sancties klaar zelfs als het gaat over pietluttigheden.
De overheid is er niet meer voor de burger maar de burger is, zo wordt dat ervaren, er voor de overheid die niet meer echt benaderbaar is.
Een voor eenieder invoelbaar dieptepunt is dat burgers voor de normale serviceverlening van de overheid zoals het afgeven van een paspoort; rijbewijs, bewijs van goed gedrag enz. enz. eerst via internet een afspraak moeten maken. Men mag komen op een datum en tijdstip dat het de bureaucratie uitkomt. Vast efficiënt maar dit heeft niets te maken met een zich dienstbaar opstellende overheid.
Integendeel: er wordt onnodig afstand geschapen.
Dit is een heilloze weg die ertoe leidt dat steeds meer burgers zich van de overheid afkeren waar dat tenminste kan. De overheid met al zijn regeltjes wordt gezien als pestkop die burgers en ondernemers voor de voeten loopt en voortdurend spaken in wielen steekt. Zoals uiteengezet onder “democratisch tekort”, zijn wij er voorstander van om burgers en bedrijven en de expertise die daar voorhanden is, te betrekken bij beleidsvoorbereiding en beleidsvorming. Doel is niet alleen om kwalitatief betere besluiten of maatregelen te nemen maar ook om het draagvlak daarvoor solide te doen zijn. Omdat niet een ieder zijn inzichten kunnen worden gehonoreerd - de gemeente maakt immers een afweging waarbij het algemeen belang aan de orde is- wordt wél duidelijk waarom een keuze wordt gemaakt zoals die is gemaakt.
In ons vorige programma 2014-2018 hebben wij al kritiek geuit over het functioneren van raadsleden die onvoldoende werk maken van het controleren van het college van B&W. Die kritiek staat nog recht overeind. Men is te weinig zelfstandig, kritisch en creatief en verwaarloost de beleidsbepalende (dat wordt overgelaten aan het college van B&W die daarvoor weer derden inhuurt of samenwerkingsverbanden aangaan met uitvoerende diensten) en controlerende taken.
De uitvoering van taken of diensten kunnen worden uitbesteed aan samenwerkingsverbanden. Vooraf moet wel duidelijk zijn dat dit een meerwaarde heeft. Echter de wijze waarop taken worden uitgevoerd en die samenwerkingsverbanden worden aangestuurd, is een taak die niet kan worden uitbesteed. De langjarige samenwerking inParkstad verband kan als mislukt worden beschouwd; hetzelfde geldt voor de LED (Limburgs Economic Development) en straks zal blijken dat IBA een bestuurlijke muis heeft gebaard.


BESTUUR
Wij zijn ons er van bewust dat overheid er is voor de burgers. Daarom is het van belang dat Brunssum een bestuur krijgt dat:
•    over voldoende deskundigheid beschikt om op een verantwoorde wijze gedragen beleid te creëren en dit beleid vervolgens nauwgezet uitvoert;
•    zich volledig inzet om starre bureaucratie te doorbreken en willekeur uitsluit;
•    de gemeenteambtenaren stimuleren tot het leveren van positieve - en creatieve bijdragen;
•    zorgt voor maximale openheid, controleerbaarheid en plezier schept in het afleggen
     van verantwoording voor gemaakte keuzen en/of gedane uitgaven;
•    behulpzaam is en er ook daadwerkelijk is voor de inwoners;
•    de burgers uitnodigt om mee te denken en te praten in belangrijke beleidsbeslissingen;
•    de burgers ziet en behandelt als kennisdragers die een belangrijke en bepalende
      bijdrage kunnen leveren aan beleidsontwikkelingen;
•    in principe zorg draagt voor een jaarlijks sluitende begroting;
•    openstaat voor vernieuwingen die moeten leiden tot efficiëntere werkwijze;
•    Het inspreekrecht voor burgers in commissie - en raadsvergadering waarborgt zonder tijdsbeperking.

Wij zullen ons inzetten op de daarvoor geschikte beleidsvelden en de uitvoering daarvan tot een betere regionale samenwerking te komen. Vooral op die gebieden waar samenwerking een meerwaarde kan hebben, onder andere milieu en handhaving, jeugdzorg etc.


INTEGER BESTUUR
Het spreekt voor zich dat wij allen een integer bestuur willen. De geschiedenis van Limburg op dit terrein en landelijke schandalen maken duidelijk dat er sprake is van een reële zorg. Eén oplossing hiervoor is echter niet zonder meer te geven.
Wél is duidelijk dat primair de politieke partijen een eerste en belangrijke verantwoordelijkheid hebben bestuurders te selecteren die een dergelijke partij kunnen representeren in een vertegenwoordigende functie. Dat dit geen gemakkelijke opgave is blijkt telkens weer. Daarbij valt het op dat het liberale deel van het politieke spectrum oververtegenwoordigd is in de kring van personen die in de fout gaat. Vervolgens is het als het om de benoeming van wethouders gaat, de taak van de gemeenteraad om de keuzes te maken.

Integriteit is een containerbegrip.

Er is geen duidelijke definitie en ieder kan daar op zijn eigen wijze invulling aan geven.Wat wel duidelijk is, is dat de nieuwe taak die de burgemeesters (en voor provincie aangelegenheden de commissaris van de Koning) recent hebben gekregen in het kader van de zorg voor een integer bestuur niet kunnen of mogen worden gebruikt om politieke tegenstanders of lastposten te weren.
Het democratisch stelsel geeft door wetgeving in formele zin de eisen waar iemand aan moet voldoen om te kunnen worden gekozen als volksvertegenwoordiger. De wetgever heeft geen correctieve bevoegdheid daarop willen geven aan een burgemeester of commissaris van de Koning. En dat moeten wij vooral zo houden ook al roepen de vertegenwoordigers van de landelijke partijen, dat dit anders zou moeten. Daarbij wordt de vraag welke bescherming wordt geboden tegen al te over ijverige burgemeesters en commissarissen van de Koning, die niet zijn gekozen door de kiezers en het partijkartel representeren, niet beantwoord. Voor ons geldt, laat de democratisch verkozenen hun werk doen. Dat leidt altijd tot een keuze ook al bevalt die niet iedereen.
Om politieke partijen in de gelegenheid te stellen hun primaire verantwoordelijkheid invulling te geven, verdient de aanbeveling om het begrip bestuurlijke integriteit concrete invulling te geven.
Dit kan niet worden uitbesteed aan een commercieel bureau dat al dan niet op bestelling en tegen een forse vergoeding een “bestelde” uitkomst leveren
Dan is de normering ook duidelijk voor degene die een kandidatuur aanvaardt én voor het orgaan dat bestuurders benoemt; de keuze in concreto is echter aan het bestuursorgaan en dat gaat, zoals bij vele besluiten, bij meerderheid.
Voor ons betekent bestuurlijke integriteit dat het algemeen belang wordt gediend, wetten en voorschriften worden gerespecteerd. Voor het behartigen van persoonlijke belangen is geen plaats. Ook niet voor het verrichten van vriendendiensten of strafbaar gedrag zoals omkoping of strafwaardig gedrag zoals het verzinnen of verspreiden van onwaarheden en of roddels.
Het aannemen van giften door politieke groeperingen is wat ons betreft niet aan de orde en dat geldt ook voor politieke ambtsdragers.
Wèl moet worden bedacht dat bestuurders ook producten van de gemeente nodig kunnen hebben zoals een omgevingsvergunning. Een dergelijke of een vergelijkbare aanvrage dient zonder bemoeienis van de bestuurder te worden afgewikkeld. De organisatie dient dit te borgen. En het staat de betrokkene natuurlijk vrij om daartegen rechtsmiddelen aan te wenden. Het ius de non evacando (Latijn voor "het recht om niet gedagvaard te worden") geldt immers voor iedereen en dat is in de grondwet geregeld. Hierin kan geen reden worden gevonden om een integriteitstoets te doen; laat staan een risico te zien. Ook kunnen bestuurders te maken hebben of kunnen krijgen met aanvragen of verzoeken van familie, vrienden of bekenden en andere relaties waarbij kan worden getwijfeld of die relationele belangen het algemeen belang als toetsingskader (schijn of werkelijkheid) verdringen.
Dat kan zich altijd voordoen en eenieder die daarmede wordt geconfronteerd dient een dergelijke relationele band te melden en een collega te verzoeken de zaak af te wikkelen. Iedere bestuurder heeft het recht zich te verschonen. Pas indien blijkt dat hij of zij dat ten onrechte niet doet kan de conclusie rechtvaardigen dat niet integer is gehandeld.
Natuurlijk kan er verschil van inzicht ontstaan over gedragingen van bestuurders. Ook bedient niet iedere bestuurder zich van gecoiffeerd of verhullend taalgebruik: dit heeft echter niets met integriteit te maken. In tegendeel. Je zou willen dat wat vaker met een vuist op tafel zou zijn geslagen en een krachtterm zou zijn gebruikt. Bij de besprekingen over Nature Wonder World had ons dat wellicht een miljoen euro bespaard. Dat bestuurders verantwoording moeten afleggen voor wat zij hebben gedaan, staat buiten kijf. En wel over alles wat zijn in hun functie hebben gedaan of besloten.
Er moet ook ruimte zijn voor het te kijk zetten van bestuurders die sprookjes (blijven) vertellen. Het verhaal van de kleren van de keizer moet, zeker bij het ontbreken van een kritische pers, kunnen worden verteld. In duidelijke bewoordingen. Ook hier geldt de vrijheid om je mening te uiten, binnen de grenzen die de wet in formele zin daaraan stelt. Het vorenstaande neemt niet weg dat er gedragscodes zijn afgesproken waaraan bestuurders zich moeten houden.
De discussie over integer bestuur zal in de voor ons liggende periode nog wel voortduren. Wij tekenen nog aan dat, als je al een integriteitstoets voorafgaand aan een benoeming wil, dit procedureel goed moet zijn geregeld waarbij het bedrijven van politiek moet zijn uitgesloten. Ook zou nog eens goed gekeken kunnen worden naar met eeuwigdurende geheimhouding omgeven benoemingen van burgemeesters en de sturende rol van de commissaris van de Koning hierin. Wij hopen met deze paragraaf een bijdrage aan de discussie te hebben geleverd. Vooralsnog is het onderwerp echter “Ein Unvollendete” (een onvoltooide).


TOETSING VAN TOEGEPAST BELEID
De burgers heeft er recht op dat de door hen gekozen volksvertegenwoordigers structureel worden geconfronteerd met de wijze waarop vastgesteld beleid of regels worden uitgevoerd. Daarvoor moeten mechanismen worden ingebouwd opdat verzekerd wordt dat dit ook gebeurt en dat de beleidsverantwoordelijken op een gestructureerde wijze die informatie wordt aangeboden.
Wat wij onder andere voorstaan is dat burgers of bedrijven die bezwaar maken tegen besluiten van B&W; gemeenteraad en uitvoeringsinstanties zoals de ISD/BOL, die bezwaren kunnen toelichten bij een bezwarencommissie waarin ook een of meer gemeenteraadsleden zitting hebben. Daartoe zal de verordening op de bezwarencommissies moeten worden aangepast.
Het gemeenteraadslid (per jaar roulerend tussen partijen die dat willen) dat in de bezwarencommissie zitting neemt informeert en adviseert ongevraagd maar zeker eens per half jaar de raad over de aan de orde geweest zijnde besluiten en de ervaren knelpunten. De gekozen volksvertegenwoordigers zullen zo op de hoogte geraken van door burgers ervaren knelpunten van beleid en kunnen dat zo nodig bijsturen. Hierdoor kunnen de effecten van beleid worden gemeten. Het vorenstaande geldt ook voor de afhandeling van klachten door de onafhankelijke klachtencommissie.


BELEIDSVOORBEREIDING
Echter aan de voorkant moet het ook anders. De gemeente, zowel de gemeenteraad als het college van B&W hebben zelfstandige en soms door de wetgever opgedragen bevoegdheden om verordeningen of beleid vast te stellen. Zo ligt er een wettelijke verplichting om een bouwverordening en een WMO-verordening vast te stellen door de gemeenteraad.
Sinds 2015, de decentralisatie van verschillende taken op het terrein van de jeugdzorg, uitvoering participatiewet en hulp aan huis voor ouderen (WMO) heeft dit onder andere geresulteerd in een WMO-verordening die jaarlijks wordt herzien.
Ofschoon de centrale overheid met de decentralisatie heeft beoogd dat iedere gemeente een eigen verordening moet maken waarbij beleidsruimte bestaat om afgestemd op de lokale situatie voor de burgers van Brunssum aanspraken op voorzieningen vast te leggen, is dit niet gebeurd.
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) maakt een standaard verordening die zonder dat de gemeenteraad zich heeft gebogen over de inhoud daarvan in die zin dat de beleidsinbreng van de gekozen volksvertegenwoordiging onderwerp is geweest van de beraadslagingen, wordt vastgesteld. De uitvoering wordt overgelaten aan de ambtenaren die ervan worden doordrongen dat er bezuinigd moet worden en aldus in de uitvoeringspraktijk zo handelen.
Zo moet het niet.
Goed klinkende fabels zoals het wordt efficiënter; effectiever; maatwerk; in hun kracht zetten etc. worden pas jaren later gefalsificeerd.
Sinds de dualisering van het lokale bestuur behoort de gemeenteraad beleid vast te stellen en is het college van B&W aangewezen om dat vastgestelde beleid vorm te geven en uit te voeren. Die taak van de gemeenteraad is nog niet uit de verf gekomen. De dualisering zoals voorgesteld is dan ook mislukt.
Dit neemt niet weg dat de gemeentelijke organisatie wel is opgetuigd met het uitgangspunt dat dualisering wordt gepraktiseerd.
Er zal een structuur moeten worden gevormd om de beleidsbepalende taak van de gemeenteraad uit de verf te laten komen. Dat kan door de griffie van de gemeenteraad het initiatief te laten nemen om de beleidsonderwerpen waarvoor de raad het bepalende orgaan is, te inventariseren. Expertcommissies uit de raad (evt. ad hoc aangevuld met externe deskundigen) nemen de beleidsvoorbereiding ter hand en adviseren de gemeenteraad die de besluiten neemt.
In het vorenstaande zijn voorstellen opgenomen om de beleidsvoorbereiding en uitvoering van beleid waar burgers rechtstreeks mee te maken krijgen beter te structureren. Daarmede is nog geen antwoord gevonden op hetgeen de burger overkomt die zich met een hulpvraag tot de gemeente wendt.
Wij zijn er voorstander van dat de gemeente een hulp vragende burger niet, althans niet zonder meer, doorverwijst naar een andere instantie voor hulp.De sociale kaart is zo complex geworden dat burgers regelmatig de weg kwijtraken doordat zij van het kastje naar de muur worden gestuurd. Soms “dwingt” regelgeving zelfs tot doorverwijzing. Bijvoorbeeld de WMO regelt dat aanspraken niet kunnen worden gerealiseerd als er een voorliggende voorziening kan worden gevraagd. Echter wat een voorliggende voorziening is, is niet in alle gevallen duidelijk met als gevolg dat de ene instantie naar de andere (ver)wijst en weer terug.
Dit moeten wij onze burgers niet willen aandoen omdat het gevolg kan zijn dat aanspraken op noodzakelijke voorzieningen, niet beschikbaar komen.
Wij willen dan ook een vergewisplicht in het leven roepen (en opnemen in de betreffende verordening) dat een burger die zich richt tot de gemeente niet zomaar wordt doorverwezen naar een andere instantie. De gemeente dient zich ervan te vergewissen dat de betreffende burger ook daadwerkelijk bij die andere instantie terecht kan en helpt en bemiddelt daarbij. Verwijzing vanuit de WMO naar de Wet Langdurige Zorg (WLZ) vindt dan ook niet plaats totdat is komen vast te staan dat de WLZ de zorg ook daadwerkelijk overneemt. Hier mogelijk aan de orde zijnde financiële aspecten dienen tussen de gemeente en de WLZ te worden geregeld. Op deze wijze wordt bereikt dat de burger niet van hot naar her wordt gestuurd en de gemeente het adagium van de burger centraal vormt geeft.


HYBRIDE BESTUURLIJKE ACTIVITEITEN
De gemeente Brunssum was voornemens in partnerschap een mega pretpark ontwikkelen; de provincie Limburg wilde ook mee doen, evenals Parkstad. De provincie Limburg gaat bankieren, niet met bankvergunning maar toch. Een pretparkeigenaar krijgt van de provincie een achtergestelde lening van 2 miljoen euro voor de uitbreiding van zijn pretpark en een meubelmaker krijgt 165.000,- euro om een nieuwe, geheel uit Limburg afkomstige materialen samengestelde stoel op de markt te brengen. Het college van B&W van Brunssum besluit de prijs van een biertje die de huurder (?) van de Brikke Oave mag rekenen voor 2018 vast te stellen.
Zo maar een paar voorbeelden van (kranten)berichten van de afgelopen maanden.
De hiervoor aangehaalde voorbeelden zijn niet de eerste dingen die bij je opkomen als je aan de gemeente of provincie denkt. Onze bestuursorganen drijven kennelijk steeds meer af van de publieke taken; besteden steeds meer werk uit aan niet democratisch controleerbare instituties (zie ons vorige verkiezingsprogramma) en zadelen de democratisch gekozen volksvertegenwoordigers met instemmingsbesluiten waar niet alleen niemand verstand van heeft; maar die besluiten moeten ook nog worden genomen op gebrekkige informatie of informatie die geheim moet blijven.
Dit is niet de plaats om uitvoerig uit de doeken te doen dat wij dit welhaast ongebreidelde fenomeen een ongewenste ontwikkeling vinden. Welk fraaie naam daar ook voor wordt bedacht. Wat triple helix betekent zullen weinig van de lezers van dit programma weten. Het betekent een samenwerking tussen overheid, ondernemingen en onderwijs. Niet of nauwelijks onderworpen aan democratische controle. Maar in zijn algemeenheid geldt wel dat de lusten ten goede komen aan de private partijen en de lasten bij de overheid landen. Wij kunnen ons namelijk niet voorstellen dat ondernemers zich wenden tot de gemeentelijke of provinciale overheid om daar een inhoudelijke bijdrage te verkrijgen over hun bedrijf of bedrijfsvoering. Het ontbreekt openbare bestuursorganen aan kennis en expertise maar niet aan ambities en geld. Om dat laatste - (gratis) geld- is het ondernemers, die eigenlijk die naam niet verdienen, te doen. Het besluit van de Provincie Limburg om 165.000 euro subsidie te verlenen aan Leolux (een niet noodlijdend bedrijf) voor de ontwikkeling van een stoel die louter bestaat uit in Limburg voorhanden grondstoffen met de eis dat Limburg dan wel bij de presentatie en verkoop wordt genoemd, verdient onderzoek of er sprake is van niet geoorloofde staatssteun.
Daarnaast stijgt uit dit staaltje Limburg promotie de geur op van chauvinisme die niet past in de wereld waar wij deel van uitmaken en onze jeugd op moeten voorbereiden. Betalen wij hiervoor belasting?
Dichter bij huis hadden wij te maken met het themapark Nature Wonder World.
Dit verhaal kom je de laatste 8 jaar in elk beleidsstuk tegen als de oplossing voor zo ongeveer alles wat deze regio mankeert. De jammerlijke en ontluisterende werkelijkheid is dat de verschillende overheden zo’n miljoen euro kwijt zijn en dat een ondernemer waar zo innig (en in het geheim) mee werd samengewerkt in zijn eentje de stekker (althans zo wordt het gepresenteerd) uit zo’n project kan trekken.
Nog geen enkele bestuurder heeft de vinger opgestoken en gemeld dat hij iets niet goed heeft ingeschat of iets niet goed heeft begrepen of verantwoordelijk is voor dit echec. Dat is niets nieuws. Als het project was gelukt hadden wij de vele vaders van dit succes luidruchtig hun succes horen zingen.
Wij zijn vanaf de eerste presentatie over dit idee duidelijk geweest. Planologische medewerking (daar gaat de gemeente tenslotte over) is geen groot probleem en voor de rest faciliteren daar waar gemeentelijke taken/bevoegdheden aan de orde zijn. Deze opstelling heeft, u kunt het nalezen in het coalitieakkoord Brunssum 2014-2018, mede geleid tot het negeren van de verkiezingsuitslag van 2014.
De vijf partijen die tot voor kort de coalitie vormden geven in dat programma aan:
“De vijf partijen zijn tot het oordeel gekomen dat zij voort wensen te gaan op de koers die de afgelopen jaren is ingezet. Dan gaat het om investeringen in het winkelgebied; uitvoering van de vastgestelde masterplannen, de aanleg van de Leisure-ring Parkstad Limburg en de vestiging van het Themapark Nature Wonder World als groot focuspunt voor een nieuwe economische ontwikkeling van Brunssum. Op al deze onderdelen hebben vooral BBB-Palmen en het PAK in de afgelopen raadsperiode grote voorbehouden gemaakt danwel tegengestemd en ook in hun verkiezingsprogramma staan opvattingen op deze onderdelen die vaak haaks staan op wat de vijf partijen willen bereiken”
De mededeling van de ondernemer wiens plan het was om Nature Wonder World te realiseren dat het plan niet kan door gaan omdat de gemeente Brunssum niet de rode loper voor hem uitlegt en bestuurlijk verdeeld is over Nature Wonder World, is tegen de hiervoor geschetste achtergrond, niet alleen ongeloofwaardig maar ook onjuist. Wij zijn en blijven tegen het verstrekken van publiek geld aan een ondernemer die de tucht van de marktfinancieel niet kan verdragen; zeker als wordt gevraagd om een blanco cheque
De partijen die Nature Wonder World hebben omarmd en van ambassadeur voor dit project tot loopjongen (de eigenlijke rol van hoeder van het algemeen belang is nimmer aan de orde geweest) van de ondernemer zijn verworden en zich gedurende 8 jaar hebben laten gijzelen door de belofte van wisselende aantallen banen die dat project zou opleveren, hebben ook de stekker uit zichzelf getrokken en zijn verdwenen zonder verantwoording af te leggen over dit bestuurlijk en financieel echec.
Dat kan natuurlijk niet.
Als je instapt in een hachelijk project dat zo ongeveer behoort tot de hoogste risico categorie (recreatie) in de wereld van de beleggers én ook nog eens denkt de projectontwikkeling daarvan te kunnen doen, dan moet de onderste steen boven over welke besluiten op welke informatie zijn genomen; hoe de contractering in elkaar steekt en op welke wijze de positie van de gemeente is verzekerd. Een grondig onderzoek is aan de orde en als het moet een gemeentelijke enquête. Alle feiten en gemaakte kosten moeten boven water en conclusies moeten worden getrokken. Daarbij moet ook worden bezien of het verstrekken van de achtergestelde lening van 2 miljoen van de provincie aan een ander pretpark van de stakeholder van Nature Wonder World, is verstrekt om de “schuld” van het mislukken van dit project bij de gemeente Brunssum te leggen om zo ook provinciale bestuurders uit de wind te houden. Het verstrekken van deze lening rechtvaardigt overigens een eigen onderzoek maar dat ligt aan de verkozenen in het provinciale bestuur.
De lessen die Brunssum moet trekken uit het vorenstaande dienen in beleid te worden vastgelegd waarbij de rol van de gemeente scherp -en niet hybride- dient te zijn afgebakend zodat de prijs van een biertje geen onderwerp meer is van besluitvorming in een college van B&W.
Wij nemen alvast een voorschot op die uitkomsten: geen bijzondere bescherming in de vorm van geheimhouding van stukken maar openheid en transparantie van zowel een proces als besluitvorming.


ARMOEDEBELEID
In de voor ons liggende periode zal vooral de aandacht uitgaan naar herindelingsperikelen en het verder professionaliseren van de organisatie en besluitvormingsprocessen. “De goede zaken, goed doen” zal het blijvende motto zijn.
Een extra accent willen wij wel aanbrengen en dat is aandacht voor armoedebeleid. Armoede heeft vele negatieve effecten op de gezondheid en vooral kinderen die leven in gezinnen (vooral één ouder gezinnen) ondervinden hun hele leven lang de effecten van het opgroeien in armoede. Een “state of the art armoedebeleid” zal er moeten komen waarbij geen ruimte is voor verwijten en sancties van de bestaande situatie. Gekeken moet worden om het erven van armoede te doorbreken. De hele keten van de aanpak van armoede wordt doorgelicht (ontstaan; schuldhulpverlening) en beleid wordt ontwikkeld om de doelstelling - armoede uit Brunssum - te halen.
Daar wordt ook geld voor vrijgemaakt. Wij beschouwen armoede en het bestaan van voedselbanken als een schandvlek van onzekapitalistische maatschappij; iets waar wij ons als samenleving voor moeten schamen. Opnieuw zullen wij proberen om een voorziening te creëren in de vorm van een expertcentrum waar iedereen terecht kan voor advies en hulp. De expertise van burgers en bedrijven zal worden ingeschakeld om de doelstelling te realiseren. Bedreigingen zoals huisuitzettingen en afsluiting van primaire voorzieningen zoals gas; water en elektra moeten snel tot het verleden behoren.


FINANCIËN
Van belang is dat de gemeente over voldoende financiële middelen dient te beschikken om de noodzakelijke doelstellingen te bereiken en invulling te geven aan breed gedragen wensen van burgers. Maatregelen zullen hiervoor zowel in de inkomsten- als uitgavensfeer genomen moeten worden waarbij wel voor BBB-Palmen een sluitende begroting wenselijk is. Ons streven blijft dit alles te realiseren zonder dat de gemeentelijke (WOZ) belastingen en tarieven verhoogd worden. Immers de burgers moeten het met minder doen, waarom de gemeente dan niet? Primair zal worden gezocht naar efficiency voordelen maar om dit doel
te bereiken kan het noodzakelijk zijn dat de uitgaven bijgesteld dienen te worden. Soms zal verhoging van heffingen niet te voorkomen zijn, omdat door de Rijksoverheid verplichtingen aan de gemeente worden opgelegd die doorberekend moeten worden aan de burgers. Bijvoorbeeld milieuheffing met betrekking tot afvalverwerking en rioleringsonderhoud. Maar voor zover de gemeente Brunssum invloed kan hebben op allerlei heffingen zal ons streven er eerder op gericht zijn ook deze lasten te verlichten dan verhogingen zonder meer te accepteren. Mocht het tot lastenverzwaring in deze komen, dan zullen deze lasten zoveel mogelijk eerlijk worden verdeeld waarbij de financieel zwakste zoveel mogelijk worden ontzien door middel van complete dan wel gedeeltelijke kwijtschelding.


ECONOMISCHE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Te weinig burgers hebben een betaalde baan. Nog meer dreigen buiten de boot te vallen. Betaalde arbeid mag dan wel als een recht worden beschouwd, maar dat betekent niet dat er ook voldoende arbeidsplaatsen zijn. Voor werkgelegenheid is vooral de Rijksoverheid en het bedrijfsleven verantwoordelijk. Dit laat onverlet dat ook op regionaal evenals op lokaal niveau het beleid erop gericht dient zijn dat bedrijven zich in deze regio dan wel in Brunssum willen en kunnen vestigen.
Dienstverlening, handel en industrie zijn belangrijke factoren in het verschaffen van werkgelegenheid.
De belangrijkste opdracht voor onze gemeente ligt in de voorwaarde scheppende sfeer.
Om de economische situatie en werkgelegenheid te verbeteren zullen wij daarom dienen te zorgen voor bedrijventerreinen en de daarbij behorende infrastructuur; het mogelijk maken van vestingen voor kleine ambachtelijke en op handel gerichte ondernemingen en het verbeteren en mogelijk concentreren van winkelgebieden met adequate bereikbaarheid en voldoende parkeergelegenheid.
Als woongemeente heeft Brunssum een belangrijke functie, daarom zal voornoemdebedrijvigheid zo weinig mogelijk hinder aan het woon -en leefmilieu mogen hebben. Dit betekent dat wij staan voor uitbreiding van werkgelegenheid maar niet ten koste van het woon - en leefklimaat. “Groene industrie “heeft de voorkeur.
Ook zal meer aandacht geschonken worden aan kleinschalige handel; dienstverlening en kleine startende bedrijfjes in woonbestemmingen, zodat ondernemende burgers die niet werkloos wensen te blijven de mogelijkheid geboden krijgen hun ondernemerschap te ontdekken. Ook hier geldt geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat.
Brunssum zal actief hulpverlenen aan bedrijven ter verkrijging van de benodigde vergunningen, eventueel hulpbieden bij subsidie en of aanvragen daarvan en ruimtelijke ordening problematiek, zonder daarbij de belangen van individuele burgers of groepen van burgers uit het oog te verliezen.
Het Centrum dreigt als winkelgebied alle aantrekkelijkheid te verliezen
Uitbreiding van het netto winkelvloeroppervlak zal geen oplossing hiervoor bieden. Ontwikkelingen die zich op retailgebied voordoen, vooral internet aankopen en bevolkingskrimp, leiden tot een afname van het reguliere winkelbezoek. Inherent hieraan is dat er overal veel winkelruimte onbezet is. Uitbreiding van het netto winkeloppervlak is daarom niet aan te bevelen.
De winkelpromenade dient in zijn huidige vorm heroverwogen te worden. Een andere opzet en inrichting met als doel een geconcentreerd maar attractief winkelgebied, zal naar onze mening bijdragen aan het economisch aantrekkelijk maken en houden van Brunssum. Tevens geldt als voorwaarde dat zorg gedragen, wordt voor gedifferentieerd winkelaanbod. Dit is geen gemakkelijke opgave omdat de bestaande situatie niet past op de gewenste situatie.
De diensten en kantoorfuncties dienen zoveel mogelijk in de aanloopgebieden van het centrum gevestigd te worden waarbij wel de bereikbaarheid van belang is. De opzet zal volgens BBB-Palmen met de “Brunssumse maat” en met de nodige realiteitszin dienen te geschieden. Concentratie betekent elders leegstand en daarvoor moet een oplossingsrichting voor voorhanden zijn. Iets dat geld en inspanning kost.
Omdat de gemeente de risico’s tot een verantwoord minimum dient te beperken en de haalbaarheid van ontwikkelingen niet meer ter discussie moeten staan, zullen nadere studie en overwegingen noodzakelijk zijn. Onontbeerlijk hiervoor is zeer nauw overleg met eigenaren van onroerend goed en alle andere betrokkenen. Omdat ontwikkeling en uitvoering geen primaire taak is voor een gemeente, kan de gemeente wel actief op zoek gaan naar private partijen, die voor eigen rekening en risico willen participeren in de gewenste ontwikkelingen.
In het kader van werkgelegenheid en economische activiteiten zou meer dienen te gebeuren op het toeristische vlak. Deze ontwikkelingen zullen regionaal moeten worden afgestemd en uitgevoerd. Brunssum heeft zeer aantrekkelijke mogelijkheden die nader uitgewerkt kunnen worden zoals de Brunssumerheide en de Oostflank.
Het Schutterspark moet op een verantwoorde wijze - liefst geprivatiseerd en bij voorkeur in één hand - worden aangepakt waarbij diverse ontwikkelingen goed kunnen samengaan en elkaar versterken. Het moet een familiepark worden waar het goed recreëren, verblijven en ontspannen is.


OPENBARE ORDE, VEILIGHEID EN HANDHAVING
Burgers voelen zich zelfs thuis niet meer veilig. Dat is niet goed. Openbare orde en veiligheid zijn taken waarmee de gemeente zich ook serieus bezig moet houden.
In onze huidige samenleving wordt nadrukkelijk gevraagd naar meer aandacht voor deze taken.
Sinds de laatste organisatiewijziging bij de politie hebben de burgers het idee dat de politie minder aandacht heeft voor de “kleine” maar burgers storende, criminaliteit. Vooral toenemende woninginbraken en berovingen van burgers in hun woningen, vragen beleid en aandacht.
Overlast - in welke vorm dan ook - tast niet alleen het woon - en leefmilieu van de burgers aan, maar wordt steeds vaker als bedreigend ervaren en is daarom niet te tolereren.
Omdat burgers deze overlast als bedreigend ervaren zullen wij als lokale overheid hoge prioriteit aan het voorkomen, oplossen en bestrijden moeten toekennen.
De burgers moet het duidelijk zijn dat de lokale overheid dit probleem serieus neemt.
Het is van belang dat veel meer aandacht wordt besteed aan voorkoming van deze overlast. Als ondanks maatregelen ter voorkoming van overlast deze niet afdoende blijken te zijn, dan zal de inzet gericht dienen te worden op opsporing, vervolging en bestrijding ervan.
De burgers moet duidelijk zijn dat het de lokale overheid ernst is, dat
er geen excessen worden getolereerd en dat de veiligheid van de burgers voorop staat. Het 24 uur inzetten van wijkgebonden politiemensen en stadswachten, ondersteund door mogelijke burgerinitiatieven, kan onzes inziens een positieve invloed hebben op het bestrijden en voorkomen van deze vorm van criminaliteit.


SOCIALE ZAKEN
Dit beleidsterrein wordt voornamelijk beheerst door wettelijke regelingen en is op lokaal niveau nauwelijks beïnvloedbaar. De behandeling en begeleiding van burgers die afhankelijk zijn en/of worden van sociale onderstand dient goed en effectief te zijn.
De aandacht en zorg voor de minima moet nog beter waarbij voorkomen dient te worden dat kinderen in armoede opgroeien. Hulpvragen van burgers behoeven een individuele beoordeling. Maatwerk is aangewezen gelet op de multiple problematiek waarmee gezinnen en individuen kampen. Burgers met “sociale problemen “zullen nog beter begeleid dienen te worden.
Alleen verwijzing naar professionele instellingen blijkt onvoldoende. Er zal toezicht moeten zijn of deze instellingen de burgers wel de benodigde en juiste hulp dan wel begeleiding bieden. Het is onbestaanbaar dat burgers met financiële problemen geen huisvesting meer kunnen vinden omdat geen sociale huisvesting meer beschikbaar is.
Indien instellingen wier taak het is te voorzien in een hulpvraag daarin niet kunnen voorzien, dan dienen die daarop te worden aangesproken waarbij sancties – indien mogelijk - niet worden uitgesloten.
Binnen de toegestane beleidsruimte zullen de minima echt ontzien moeten worden. Voor zover het beleid niet toereikend is, zal dit alsnog moeten gebeuren.
Voor minima moet klantvriendelijke en respectvolle behandeling; (maximale) kwijtschelding van lokale belastingen en heffingen vanzelfsprekend zijn.
Wij zijn van mening dat het fonds voor sociale noden geen overbodige luxe is. Dit fonds
moet jaarlijks van voldoende financiële middelen worden voorzien zodat daaruit noodlijdende burgers direct, maar tijdelijk, geholpen kunnen worden.
De gemeente Brunssum dient een zelfstandig en weloverwogen sociaalbeleid te voeren, het welk niet afgestemd hoeft te zijn op regionaal niveau.


CULTUUR, RECREATIE EN WELZIJN
Het cultureel bewustzijn, een goed welzijn en voldoende recreatiemogelijkheden bepalen mede het gezicht van Brunssum. Wij streven naar een weloverwogen welzijnsbeleid dat door de burgers breed gedragen wordt. Het beleid komt tot stand via inspraak en democratische procedures waarbij het particulier initiatief (burgerparticipatie) een zeer belangrijke rol dient te vervullen.
Sport en recreatie zijn van belang voor het welzijn en gezondheid van de burgers. Belangrijk is dat er voldoende ruimte voor huisvesting van (zaalsport)verenigingen aanwezig moet zijn in Brunssum. Door subsidiering in de huisvestingskosten zal de gemeente de verenigingen financieel tegemoetkomen.
Brunssum beschikt over diverse sportaccommodaties zowel voor de binnen als ook de buitensporten. Het onderhoud en aanpassing van al deze voorzieningen is bijna onbetaalbaar geworden. Het is reëel zich af te vragen of het tot op heden gevoerde beleid moet worden gecontinueerd en of dat het niet op een andere meer verantwoorde wijze kan, zodat de kosten binnen acceptabele grenzen kunnen worden teruggebracht.
Wij vinden dat hiernaar onderzoek moet gebeuren waarbij geldt dat beter de vijand is van goed. Duidelijk moge zijn dat er voldoende en goede sportvoorzieningen in Brunssum aanwezig dienen te zijn, welke voorzieningen voor alle verenigingen beschikbaar moeten zijn. Onze keus is het ondersteunen van jeugd(sport)verenigingen die vooral voor de jeugd van opvoedkundige waarde zijn. Door de jeugd te stimuleren zich actief bij deze verenigingen aan te sluiten zal de jeugd minder het vertier op straat hoeven te zoeken. Met als mogelijk gevolg dat de - veelal door de jeugd - veroorzaakte overlast zal afnemen.
Veel verenigingen vinden onderdak in nog bestaande gemeenschapshuizen en/of wijkgebouwen. Deze hoeven niet in eigendom bij de gemeente te zijn. Particulier initiatief dient hier te worden gestimuleerd.
Steeds meer ouderen en gehandicapten wensen deel te nemen aan recreatieve activiteiten. Deze activiteiten moeten worden gesteund en waar nodig door deskundigen worden begeleid.
Ouderen (en daar komen er steeds meer van) verdienen evenals gehandicapten bijzondere aandacht.
De problematiek van nu en de nabije toekomst voor ouderen is eenzaamheid en ouderenmisbruik. Een samenleving waar iemand kan sterven zonder dat dit gedurende langere tijd wordt opgemerkt, wekt onze verbazing. Hetzelfde geldt voor het misbruik dat ouderen ervaren, ook van degenen die geacht worden hulp te verlenen. Het betreft niet alleen professionals. Ook kinderen en mantelzorgers zorgen voor grensoverschrijdend gedrag dat niet kan worden getolereerd. Het gaat niet alleen om fysiek misbruik; ook financieel en mentaal misbruik komt voor zowel in instellingen als in de
thuissituatie. De gemeente behoort in samenwerking met ouderen welzijn te voorzien in een systeem van preventie; vroegtijdige signalering en (door)verwijzing opdat duidelijk is waar de risico’s het meest manifest worden en welke voorzieningen nodig zijn voor (tijdelijke) opvang.
Jongerenbeleid heeft betrekking op gezondheid, scholing, veiligheid, sport, cultuur en vrije tijd. Het doel van jeugdbeleid is om jongeren te helpen zich te ontwikkelen tot verantwoordelijke en verdraagzame mensen met inbegrip van algemeen aanvaarde normen en waarden. Scholen en verenigingen spelen daarbij een belangrijke aanvullende en ondersteunende rol. Een rol die hulp en ondersteuning verdient. Later nemen jongvolwassenen zelf het deel van die verantwoordelijkheid op zich. Brunssum vergrijst, samen worden we ouder. Onze jongeren ondersteunen ouderen om samen te kunnen leven in Brunssum. Levensloopbestendige woningen en mogelijkheden om
gezamenlijk met meerdere generaties te kunnen wonen, dienen actief op de kaart gezet te worden. Niet 'achter de geraniums' maar zoveel mogelijk midden in de samenleving. Brunssum moet toegankelijk blijven op alle terreinen, samenleven moet ook fysiek kunnen. Optimale ondersteuning hiervoor is een must en onontkoombaar.
Betutteling van ouderen is misplaatst en moet worden voorkomen. Het ouderenbeleid zal door de ouderen mede uitgedacht dienen te worden.
De gemeente moet hierbij ondersteunend en faciliterend zijn. Belangrijk is dat de ouderen langer in hun vertrouwde omgeving of anderszins zelfstandig kunnen blijven wonen. Voldoende en adequate huisvesting zal daartoe voorhanden moeten zijn.
Enerzijds zal woningaanpassing noodzakelijk zijn en anderzijds zal zorg gedragen moeten worden voor voldoende (zorg)huisvesting zoals aanleunwoningen en/of andere woonvormen van zorg waarbij het langer zelfstandig wonen uitgangspunt moet zijn.
De WMO-verordening dient zodanig te zijn, dat de werkelijk behoeftigen ook daadwerkelijk kunnen blijven rekenen op adequate hulp en zorg.
Speciale aandacht verdienen onze gehandicapte medemensen. Buiten dat deze groep burgers op een consistent WMO-beleid moeten kunnen vertrouwen, zal ook bij ruimtelijke en infrastructurele werken uitdrukkelijk maar wel vooraf met deze belanghebbenden en/of hun vertegenwoordigers, overleg worden gevoerd en met hun wensen c.q. adviezen behoort rekening te worden gehouden.


RUIMTELIJKE ORDENING EN VOLKSHUISVESTING
Het ruimtelijk ordeningsbeleid heeft tot doel zorg te dragen voor een eerlijke en functionele
verdeling van grond, en water. Het toekennen van wel overdachte bestemmingen is een noodzaak. Een en ander in afweging met individuele belangen van burgers, algemeen belang, economische belangen en milieu. Aan de rechtsbescherming tegen besluiten van de gemeente dient optimaal ruimte te worden gegeven. Voorkomen moet worden dat enkel financieel gewin van derden bepalend is voor het gemeentelijk ruimtelijk ordeningsbeleid. Het lokaal bestuur zal de uitgangspunten van het beleid helder en duidelijk dienen vast te stellen. Men moet zich daarbij goed realiseren dat dit beleid vervolgens geldt voor langere termijn. De gemeenteraad is het orgaan waar op hoofdlijnen het beleid wordt vastgelegd en bepaald. Vervolgens dient dit te worden uitgewerkt in bestemmingsplannen.
Het daarin vastgestelde beleid bindt zowel de overheid als ook de burger en biedt daarom de benodigde rechtszekerheid. Bestemmingsplannen dienen periodiek te worden aangepast (elke 10 jaar) of zoveel eerder als wenselijk is. Wonen is een belangrijk facet van het ruimtelijk ordeningsbeleid evenals bedrijvigheid en detailhandel.
Deze bestuursperiode zal voor het gebied Centrum het beleid uitdrukkelijk en op maat van Brunssum heroverwogen dienen te worden. De behoefte aan zorgwoningen is vooral in dit gebied toegenomen. Gewenste ontwikkelingen in dit gebied zijn niet zonder meer mogelijk gelet op eigendomsverhoudingen en de kosten die gemoeid zijn met veranderingen.
Daarom is het van belang dat een overall visie wordt ontwikkeld waarbij rekening wordt gehouden met winkelcentrum - zorg en wonen - cultuur - diensten - recreëren –parkeren – verkeer - natuur en milieu.
Huisvesting verdient meer aandacht, maar niet zozeer in de uitbreiding van het aantal woningen maar meer in het woon - en leefbaar maken (revitaliseren) van wijken als ook in een differentiatie van woningen.
Zo zal bij nieuwbouwplannen veel meer aandacht geschonken moeten worden aan het realiseren van meer levensloopbestendige woningen evenals aan het realiseren van woningen voor de minder bedeelde onder ons.
In het kader van de stadsvernieuwing verdienen alle wijken aandacht.
Voor de Oostflank van Brunssum zal een nieuwe bestemming moeten worden voorbereid. Diverse aspecten dienen hierbij betrokken te worden. We denken dan voornamelijk aan de economische - en toeristische activiteiten, de verkeersontwikkelingen, natuur en milieu.


MILIEU EN DUURZAAMHEID
Steeds meer partijen, organisaties en bedrijven zijn doordrongen van het feit dat wij onze wijze van produceren en consumeren moeten aanpassen. Als wij dit niet doen dan laten wij onze kleinkinderen een wereld na waarop het moeilijk te leven valt. Wij zijn voorstander van alle maatregelen die een bijdrage kunnen leveren om de klimaatdoelstellingen van Parijs te halen. Over de meeste maatregelen die worden genomen (b.v. terugdringen en uitbannen van fossiele brandstoffen; stimuleren gebruik elektrische of hybride auto’s) gaat de gemeente niet. Wel kan de gemeenten een ondersteunende bijdrage leveren door b.v. publieke oplaadpalen voor elektrische auto’s in te richten op een wijze dat daar een zo goedmogelijk gebruik van is gewaarborgd.
Hergebruik van materialen die vrijkomen bij sloop of productieprocessen en het stimuleren van deelgebruik om onnodig consumeren te voorkomen, heeft onze steun.
Onze leefwereld wordt niet alleen bedreigd door uitstoot van C02 maar ook door troep die in het milieu wordt gedumpt. Wij willen een effectieve bescherming van ons buitengebied voor milieudelicten. Daarnaast vinden wij dat burgers en bedrijven ook niet in de verleiding moeten worden gebracht om afvalproducten in het milieu te dumpen. Daarom moeten financiële drempels beslecht worden om gebruik te maken van het milieupark. Het gratis gebruik van het milieupark is een uitgangspunt. In ieder geval pleiten wij voor een ruime(re) vrijstellingsregeling voor diegenen voor wie de tarieven niet zijn op te brengen.


BURGER-OVERHEID-BEDRIJFSLEVEN
De burger is - uitzonderingen daargelaten- als individu geen partij voor de overheid en het (internationale) bedrijfsleven.
De overheid spelt de burger verhaaltjes op de mouw om megalomane projecten of hobby’s van een enkele politieke partij of bestuurder gerealiseerd te krijgen. Het vraagt steeds meer vaardigheden om als burger van bestaande mogelijkheden voor hulp en bijstand gebruik te maken. De regels waarin rechten en plichten worden vastgelegd zijn complex en volgen elkaar in snel tempo op.
De burger ziet, soms samen met de uitvoerders van regelingen, door de bomen het bos niet meer.
Het bedrijfsleven is in staat om burgers op grote schaal te misleiden; producten aan te smeren die burgers niet nodig hebben en daarbij verhalen te vertellen die te mooi zijn om waar te zijn.
De burger wordt dan ook niet centraal gesteld, doch wordt gezien als een dummy die legaal kan worden beroofd. Banken en verzekeraars, maar ook adviseurs en anderen die daar brood in zien, zijn niet op voorhand te vertrouwen. Hun eigen belang staat voorop en de sinds kort veranderde regelgeving verandert daar weinig aan.
Wij zijn van mening dat de burger ergens terecht moet kunnen voor onafhankelijk advies, begeleiding, voorlichting en hulp als het gaat om zaken waar zijn belang niet primair de aandacht krijgt die het verdient. Gepleit wordt voor een ombudsachtig expertisecentrum waar iedereen terecht kan voor hulp en advies met allerlei vragen.
Dit expertisecentrum wordt door de gemeente georganiseerd maar bemensd met vrijwilligers die een professionele achtergrond en opleiding hebben. Daarvoor in aanmerking komende bedrijven in de zakelijke dienstverlening (b.v. administrateurs; accountants; fiscalisten; advocaten; notarissen; financiële- en pensioendeskundigen) wordt gevraagd “om niet” capaciteit beschikbaar te stellen om voorkomende gevallen te behandelen of burgers de juiste weg te wijzen. De uitwerking van deze ombudsfunctie kan in de komende periode gebeuren.

                                                            -----------------------------