Verkiezingsprogramma DE BURGER CENTRAAL 2018-2022

BELEIDSVOORBEREIDING
Echter aan de voorkant moet het ook anders. De gemeente, zowel de gemeenteraad als het college van B&W hebben zelfstandige en soms door de wetgever opgedragen bevoegdheden om verordeningen of beleid vast te stellen. Zo ligt er een wettelijke verplichting om een bouwverordening en een WMO-verordening vast te stellen door de gemeenteraad.
Sinds 2015, de decentralisatie van verschillende taken op het terrein van de jeugdzorg, uitvoering participatiewet en hulp aan huis voor ouderen (WMO) heeft dit onder andere geresulteerd in een WMO-verordening die jaarlijks wordt herzien.
Ofschoon de centrale overheid met de decentralisatie heeft beoogd dat iedere gemeente een eigen verordening moet maken waarbij beleidsruimte bestaat om afgestemd op de lokale situatie voor de burgers van Brunssum aanspraken op voorzieningen vast te leggen, is dit niet gebeurd.
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) maakt een standaard verordening die zonder dat de gemeenteraad zich heeft gebogen over de inhoud daarvan in die zin dat de beleidsinbreng van de gekozen volksvertegenwoordiging onderwerp is geweest van de beraadslagingen, wordt vastgesteld. De uitvoering wordt overgelaten aan de ambtenaren die ervan worden doordrongen dat er bezuinigd moet worden en aldus in de uitvoeringspraktijk zo handelen.
Zo moet het niet.
Goed klinkende fabels zoals het wordt efficiënter; effectiever; maatwerk; in hun kracht zetten etc. worden pas jaren later gefalsificeerd.
Sinds de dualisering van het lokale bestuur behoort de gemeenteraad beleid vast te stellen en is het college van B&W aangewezen om dat vastgestelde beleid vorm te geven en uit te voeren. Die taak van de gemeenteraad is nog niet uit de verf gekomen. De dualisering zoals voorgesteld is dan ook mislukt.
Dit neemt niet weg dat de gemeentelijke organisatie wel is opgetuigd met het uitgangspunt dat dualisering wordt gepraktiseerd.
Er zal een structuur moeten worden gevormd om de beleidsbepalende taak van de gemeenteraad uit de verf te laten komen. Dat kan door de griffie van de gemeenteraad het initiatief te laten nemen om de beleidsonderwerpen waarvoor de raad het bepalende orgaan is, te inventariseren. Expertcommissies uit de raad (evt. ad hoc aangevuld met externe deskundigen) nemen de beleidsvoorbereiding ter hand en adviseren de gemeenteraad die de besluiten neemt.
In het vorenstaande zijn voorstellen opgenomen om de beleidsvoorbereiding en uitvoering van beleid waar burgers rechtstreeks mee te maken krijgen beter te structureren. Daarmede is nog geen antwoord gevonden op hetgeen de burger overkomt die zich met een hulpvraag tot de gemeente wendt.
Wij zijn er voorstander van dat de gemeente een hulp vragende burger niet, althans niet zonder meer, doorverwijst naar een andere instantie voor hulp.De sociale kaart is zo complex geworden dat burgers regelmatig de weg kwijtraken doordat zij van het kastje naar de muur worden gestuurd. Soms “dwingt” regelgeving zelfs tot doorverwijzing. Bijvoorbeeld de WMO regelt dat aanspraken niet kunnen worden gerealiseerd als er een voorliggende voorziening kan worden gevraagd. Echter wat een voorliggende voorziening is, is niet in alle gevallen duidelijk met als gevolg dat de ene instantie naar de andere (ver)wijst en weer terug.
Dit moeten wij onze burgers niet willen aandoen omdat het gevolg kan zijn dat aanspraken op noodzakelijke voorzieningen, niet beschikbaar komen.
Wij willen dan ook een vergewisplicht in het leven roepen (en opnemen in de betreffende verordening) dat een burger die zich richt tot de gemeente niet zomaar wordt doorverwezen naar een andere instantie. De gemeente dient zich ervan te vergewissen dat de betreffende burger ook daadwerkelijk bij die andere instantie terecht kan en helpt en bemiddelt daarbij. Verwijzing vanuit de WMO naar de Wet Langdurige Zorg (WLZ) vindt dan ook niet plaats totdat is komen vast te staan dat de WLZ de zorg ook daadwerkelijk overneemt. Hier mogelijk aan de orde zijnde financiële aspecten dienen tussen de gemeente en de WLZ te worden geregeld. Op deze wijze wordt bereikt dat de burger niet van hot naar her wordt gestuurd en de gemeente het adagium van de burger centraal vormt geeft.