Verkiezingsprogramma DE BURGER CENTRAAL 2018-2022

INTEGER BESTUUR
Het spreekt voor zich dat wij allen een integer bestuur willen. De geschiedenis van Limburg op dit terrein en landelijke schandalen maken duidelijk dat er sprake is van een reële zorg. Eén oplossing hiervoor is echter niet zonder meer te geven.
Wél is duidelijk dat primair de politieke partijen een eerste en belangrijke verantwoordelijkheid hebben bestuurders te selecteren die een dergelijke partij kunnen representeren in een vertegenwoordigende functie. Dat dit geen gemakkelijke opgave is blijkt telkens weer. Daarbij valt het op dat het liberale deel van het politieke spectrum oververtegenwoordigd is in de kring van personen die in de fout gaat. Vervolgens is het als het om de benoeming van wethouders gaat, de taak van de gemeenteraad om de keuzes te maken.

Integriteit is een containerbegrip.

Er is geen duidelijke definitie en ieder kan daar op zijn eigen wijze invulling aan geven.Wat wel duidelijk is, is dat de nieuwe taak die de burgemeesters (en voor provincie aangelegenheden de commissaris van de Koning) recent hebben gekregen in het kader van de zorg voor een integer bestuur niet kunnen of mogen worden gebruikt om politieke tegenstanders of lastposten te weren.
Het democratisch stelsel geeft door wetgeving in formele zin de eisen waar iemand aan moet voldoen om te kunnen worden gekozen als volksvertegenwoordiger. De wetgever heeft geen correctieve bevoegdheid daarop willen geven aan een burgemeester of commissaris van de Koning. En dat moeten wij vooral zo houden ook al roepen de vertegenwoordigers van de landelijke partijen, dat dit anders zou moeten. Daarbij wordt de vraag welke bescherming wordt geboden tegen al te over ijverige burgemeesters en commissarissen van de Koning, die niet zijn gekozen door de kiezers en het partijkartel representeren, niet beantwoord. Voor ons geldt, laat de democratisch verkozenen hun werk doen. Dat leidt altijd tot een keuze ook al bevalt die niet iedereen.
Om politieke partijen in de gelegenheid te stellen hun primaire verantwoordelijkheid invulling te geven, verdient de aanbeveling om het begrip bestuurlijke integriteit concrete invulling te geven.
Dit kan niet worden uitbesteed aan een commercieel bureau dat al dan niet op bestelling en tegen een forse vergoeding een “bestelde” uitkomst leveren
Dan is de normering ook duidelijk voor degene die een kandidatuur aanvaardt én voor het orgaan dat bestuurders benoemt; de keuze in concreto is echter aan het bestuursorgaan en dat gaat, zoals bij vele besluiten, bij meerderheid.
Voor ons betekent bestuurlijke integriteit dat het algemeen belang wordt gediend, wetten en voorschriften worden gerespecteerd. Voor het behartigen van persoonlijke belangen is geen plaats. Ook niet voor het verrichten van vriendendiensten of strafbaar gedrag zoals omkoping of strafwaardig gedrag zoals het verzinnen of verspreiden van onwaarheden en of roddels.
Het aannemen van giften door politieke groeperingen is wat ons betreft niet aan de orde en dat geldt ook voor politieke ambtsdragers.
Wèl moet worden bedacht dat bestuurders ook producten van de gemeente nodig kunnen hebben zoals een omgevingsvergunning. Een dergelijke of een vergelijkbare aanvrage dient zonder bemoeienis van de bestuurder te worden afgewikkeld. De organisatie dient dit te borgen. En het staat de betrokkene natuurlijk vrij om daartegen rechtsmiddelen aan te wenden. Het ius de non evacando (Latijn voor "het recht om niet gedagvaard te worden") geldt immers voor iedereen en dat is in de grondwet geregeld. Hierin kan geen reden worden gevonden om een integriteitstoets te doen; laat staan een risico te zien. Ook kunnen bestuurders te maken hebben of kunnen krijgen met aanvragen of verzoeken van familie, vrienden of bekenden en andere relaties waarbij kan worden getwijfeld of die relationele belangen het algemeen belang als toetsingskader (schijn of werkelijkheid) verdringen.
Dat kan zich altijd voordoen en eenieder die daarmede wordt geconfronteerd dient een dergelijke relationele band te melden en een collega te verzoeken de zaak af te wikkelen. Iedere bestuurder heeft het recht zich te verschonen. Pas indien blijkt dat hij of zij dat ten onrechte niet doet kan de conclusie rechtvaardigen dat niet integer is gehandeld.
Natuurlijk kan er verschil van inzicht ontstaan over gedragingen van bestuurders. Ook bedient niet iedere bestuurder zich van gecoiffeerd of verhullend taalgebruik: dit heeft echter niets met integriteit te maken. In tegendeel. Je zou willen dat wat vaker met een vuist op tafel zou zijn geslagen en een krachtterm zou zijn gebruikt. Bij de besprekingen over Nature Wonder World had ons dat wellicht een miljoen euro bespaard. Dat bestuurders verantwoording moeten afleggen voor wat zij hebben gedaan, staat buiten kijf. En wel over alles wat zijn in hun functie hebben gedaan of besloten.
Er moet ook ruimte zijn voor het te kijk zetten van bestuurders die sprookjes (blijven) vertellen. Het verhaal van de kleren van de keizer moet, zeker bij het ontbreken van een kritische pers, kunnen worden verteld. In duidelijke bewoordingen. Ook hier geldt de vrijheid om je mening te uiten, binnen de grenzen die de wet in formele zin daaraan stelt. Het vorenstaande neemt niet weg dat er gedragscodes zijn afgesproken waaraan bestuurders zich moeten houden.
De discussie over integer bestuur zal in de voor ons liggende periode nog wel voortduren. Wij tekenen nog aan dat, als je al een integriteitstoets voorafgaand aan een benoeming wil, dit procedureel goed moet zijn geregeld waarbij het bedrijven van politiek moet zijn uitgesloten. Ook zou nog eens goed gekeken kunnen worden naar met eeuwigdurende geheimhouding omgeven benoemingen van burgemeesters en de sturende rol van de commissaris van de Koning hierin. Wij hopen met deze paragraaf een bijdrage aan de discussie te hebben geleverd. Vooralsnog is het onderwerp echter “Ein Unvollendete” (een onvoltooide).