Verkiezingsprogramma DE BURGER CENTRAAL 2018-2022

HET DEMOCRATISCH TEKORT
Dat de burgers zich niet meer vertegenwoordigd voelen door de landelijke politieke partijen is een gedachte die maar moeilijk post vat. Mogelijk maakt de uitslag van de verkiezingen in maart 2018 dat wel duidelijk.
Dat burgers in toenemende mate geen interesse hebben in de politiek boeit de landelijke partijen niet. Hier zit echter een groot democratisch probleem. Veel te weinig burgers voelen ervoor om zich in te zetten voor het plaatselijk bestuur dat onder meer hierdoor kampt met een kwaliteitsgebrek.
Ook de opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen is te laag. Ruim de helft van de stemgerechtigden gaat ook werkelijk stemmen.
Dat moet en kan beter omdat de met zo’n laag opkomstpercentage gekozenen veel minder dan gewenst gelegitimeerd zijn.
Het bestuur van gemeenten, provincies en het land kan niet worden overgelaten aan clubs die een gladde campagne kunnen financieren om vervolgens als gekozenen verstrikt te raken in allerlei integriteitsschandalen.
Men blijkt ook nog in staat te zijn de regels die horen bij een democratie en democratische controle uit te hollen door van alles en nog wat als geheim te bestempelen. Ook informatie wordt niet verstrekt die nodig is voor de werking van het democratische controleproces.
Er zijn zelfs (niet gelukte) pogingen gedaan om de gekozen volksvertegenwoordigers die zich de problemen van burgers wel aantrekken en de ombudsfunctie die eigen is aan het raadslidmaatschap uitoefenen, in een kwaad daglicht te stellen.
Een van de hoeders van de democratie te weten de vrije pers die daarvoor in een uitzonderingspositie is geplaatst doordat geen bronnen waarop men zich beroept behoeven te worden prijsgegeven, vervult die taak niet naar behoren en is verworden tot onderdeel van de brenger van goed nieuws dat door de te controleren bestuurders wordt aangeboden. De lokale pers is verworden tot spreekbuis van de bestuurders; afwijkende meningen worden stelselmatig onderbelicht of op een denigrerende toon vermeld.
Rechten van minderheden dienen in een democratie te zijn gewaarborgd; anders is er geen sprake van een goed functionerend democratisch systeem.
De burgers van een gemeente hebben recht op lokale afgevaardigden die niet hun orenlaten hangen naar wat de landelijke opererende partijen voor goed houden.
Het belang van de burgers van Brunssum is het best gediend met vertegenwoordigers die de lokale omstandigheden en problemen kennen en focussen op oplossingen daarvoor. Dat kunnen ook vertegenwoordigers van landelijk opererende partijen zijn maar de ervaring leert dat dit maar weinig wordt gepraktiseerd.
Het moet dan gaan over zaken waar de gemeente ook iets over te vertellen heeft of uitvoering aan moet geven.
De focus moet niet zijn gericht op een politieke carrière buiten de lokale gemeenschap iets wat jammer genoeg in onze gemeente te veel voorkomt.
De gretigheid waarmee de decentralisatie van centrale taken (en de daarbij behorende bezuinigingen) door gemeenten zijn omarmd, is een voorbeeld van een tomeloze ambitie waarmee de capaciteiten van de meeste -en ook onze bestuurders, geen gelijke tred houden. De burger die behoefte heeft aan die voorzieningen is het kind van de rekening. Voor ons is uitgangspunt dat moet worden gefocust op de lokale behoeften en problemen van de burgers. Altijd moet antwoord worden gegeven op de vraag of de gemeente wel ergens over gaat en bevoegd is te handelen.
Bij de taken die de gemeente moet uitvoeren dient het belang van de burgers voorop te staan. Daar waar (mogelijk) ruimte zit om de voorzieningen voor de burgers beter of beter bereikbaar te maken of te houden, moet die beleidsruimte worden benut.
De inzet moet zijn om problemen te voorkomen door (uitvoerings)regelingen zo op te zetten en uit te voeren (beperking van bureaucratie) dat er echt sprake is van dienstbetoon (en niet dienstklopperij) aan de burgers die dat nodig hebben en zijn aangewezen op de gemeente Het is onze ervaring dat burgers die gebruik moeten maken van diensten van de gemeente en niet krijgen wat is verwacht, zich niet gehoord of serieus genomen voelen. De geldende inspraakregelingen schieten hun doel voorbij. Burgers die
daaraan deelnemen, als ze al de daarvoor geldende hordes met succes hebben genomen, weten zich in een hoek gezet als ze de overwegingen lezen waarom met hun inbreng niets is gebeurd. Dat moet en kan anders.
Het is denken de moeite waard om burgers (daar zit veel onbenutte kennis en expertise) meer bij beleidsvormende processen te betrekken.
Dat kan door géén kant- en klare plannen – veelal tegen hoge kosten gemaakt door externen-voor veranderingen te maken zoals nu het geval is. Burgers kunnen dan daarop hun mening geven en dat werkt niet zo is de ervaring.
Wij zijn ervoor om eerst de problemen of wensen in kaart te brengen.
Zo’n (probleem)analyse (zonder oplossing) moet voorwerp van overleg worden tussen burgers of buurten die het aan gaat. Actieve benadering van burgers en bedrijven om mee te denken hoort hierbij. De gemeente – externe deskundigen zo min mogelijk inschakelen- kan het immers niet goed hebben gezien. Gestreefd wordt naar overeenstemming over de vastgestelde problemen.
Daarna is het aan de betrokkenen (niet aan de gemeente) om de oplossingsrichting of oplossingen aan te geven. Met die resultaten kan de gemeente aan de slag om een oplossing te vinden die zoveelmogelijk recht doet aan alle in het geding zijnde belangen en het belang van Brunssum of, indien aan de orde, de regio. Dit betekent niet dat ieder individueel belang wordt gehonoreerd maar wél wordt meegewogen bij de toets aan het algemeen belang dat exclusief het domein van de gemeente is.
Het effect kan zijn dat de betrokkenheid van de gemeenschap bij het welzijn van allen die daar deel van uit maken groter wordt. De gemeente geeft op deze wijze invulling aan de eigen taak namelijk het algemeen belang.