Grens aan tegenprestatie Bijstandswet.

 





 De Wet Werk en Bijstand (WWB) wordt nogal ingrijpend gewijzigd. Vooral de "verplichte" tegenprestatie voor een bijstandsgerechtigde vraagt lokaal maatwerkbeleid. Onze visie.

 

Niet iedereen hoeft koffie te schenken.

Wat betreft de hoogte van de uitkering is er geen ruimte voor gemeentelijk beleid. Wel is in het wetgevingsproces een belangrijke wijziging aangebracht. Anders dan de bedoeling was is de gemeente niet verplicht om van iedereen die een bijstandsuitkering ontvangt een tegenprestatie te verlangen in de vorm van een bijdrage (community service) aan de Brunssumse gemeenschap. Niet iedere bijstandsgerechtigde moet, dit in tegenstelling tot u wel kunt lezen in advertenties van politieke partijen, koffie gaan schenken in een verzorgingstehuis.

Die “arme mensen” in de verzorgingstehuizen  zouden dan trouwens sloten koffie moeten drinken om zo’n 900 bijstandsgerechtigden een tegenprestatie te kunnen laten leveren. Dat soort beleidsmatige invulling is ook niet datgene dat Burger Belangen Brunssum (BBB) expliciet voor ogen heeft.

 

Ruimte voor lokaal beleid.

Nu geen verplichting in de wet wordt opgenomen is er ruimte voor gemeentelijk beleid. Dat beleid moet vorm worden gegeven en daar gaat de gemeenteraad over.

Omdat de mensen die gebruik moeten maken van de bijstand niet over een kam te scheren zijn; niet qua achtergrond, opleiding, leeftijd en sociale omstandigheden zal dit beleid ook hierop afgestemd moeten zijn. Het beleid zal zodanig vorm moeten worden gegeven dat maatwerk tot de mogelijkheden behoort en zeker indien er een route naar betaald werk gevonden kan worden voor degenen die nog vele jaren tot de beroepsbevolking (kunnen) behoren. Bijstand is ook niets uitzonderlijks. Als u in een gezelschap bent en vraagt naar wie ooit eens bijstand heeft ontvangen, dan zult u verbaasd zijn hoeveel mensen daar tijdelijk door zijn geholpen. Het merendeel van die mensen is zonder extra prikkels ook zelf weer aan het werk geraakt. De bijstandsregeling demonstreert dat wij een samenleving zijn waarin opvang en hulp zijn vorm krijgt. Iets dat wij goed moeten bewaken.

 

Visie van BBB op invulling tegenprestatie door bijstandsgerechtigde.

Onze insteek is een realistische lokale invulling van de term tegenprestatie naar vermogen. Volgens ons  dient de inzet van bijstandsgerechtigden te voldoen aan een behoefte waarin anders niet  wordt voorzien. Er mag geen sprake zijn van het verrichten van werkzaamheden of diensten die normaal gesproken in een dienstverband of als zelfstandige worden uitgevoerd.

Geen verdringing van betaalde banen.
Geen verdringing van betaald werk dus. Ook nutteloos werk is niet aan de orde.Het zal best lastig zijn om voldoende werkzaamheden te vinden die aan de hiervoor vermelde criteria voldoen. Gedacht kan worden aan reeds nu bestaand vrijwilligerswerk. Uitgangspunt kan/moet ook zijn, als het even kan, dat het te verrichten werk structuur geeft en vaardigheden leert die van belang kunnen zijn bij het vinden van reguliere arbeid en bij voorkeur arbeid waar de kans op een baan aanwezig is.  Indien dat de kansen op uitstroom vergroot kan scholing of plaatsing op een stageplek aan de orde zijn.De gemeente zal zich moeten inzetten om bedrijven zover te krijgen dat voldoende stage- of leerwerkplekken beschikbaar zijn; de gemeente zou  zelf het goede voorbeeld kunnen geven.

De capaciteit van de gemeentelijke organisatie om op re-integratie gerichte activiteiten te bedenken; te begeleiden en uit te voeren, is beperkt en dus niet oneindig.De capaciteit dient te worden ingezet op die groep waarvan op basis van intake kan worden aangenomen dat een kleine investering een groot rendement (uitstroom) oplevert en die niet zelfstandig en zonder hulp aan een baan komen. De grootste aandacht dient in eerste instantie uit te gaan naar die personen die nog lang tot de beroepsbevolking zullen behoren; capaciteiten hebben; om-her-of bijgeschoold kunnen worden of via een stageplek de kans op uitstroom kan worden vergroot.

Stimuleren op basis van vrijwilligheid.
Vooralsnog zal  het meedoen op basis van vrijwilligheid worden gestimuleerd. Pas indien blijkt dat de maatschappelijke behoefte aan dienstverlening groter is dan het aanbod, kan er meer verplichtend en met dwang en drang worden opgetreden; daarbij is in aanmerking te nemen dat persoonskenmerken kunnen maken dat zinvolle re-integratie niet meer aan de orde is. Dat moet worden geaccepteerd.

                                                       ---------------------